Tekst uit de catalogus
"Beeld in Omloop" een kunstroute door de historische binnenstad van Amersfoort”

Door: drs. Barbara Groenhart 1990

 
 
     
     


Tjacolien Wiersma maakte voor een blinde muur naast de Kamperbinnenpoort een grote contrastrijke kollage bestaand uit elementen in verschillende technieken. Zwart en wit overheersen, met hier en daar een rood accent. Hoewel de titel aangeeft dat het om een poort gaat, wordt uit beeld en titel duidelijk dat Tjacolien Wiersma geen realistische weergave van een of andere bestaande poort heeft nagestreefd. Er is wel een soort boog waar te nemen, maar deze heeft niets van de robuuste stabiliteit van bijvoorbeeld de Kamperbinnenpoort. Tjacolien Wiersma geeft haar poort een heftige dynamiek, die ondermeer tot uitdrukking komt in wat men zou kunnen omschrijven als witte vlammen, of slierten nevel. Deze vormen slaan links door de zwarte poortvorm heen en zorgen ervoor dat de blik als het ware naar boven wordt gestuwd, waar de poort overgaat in een aaneenschakeling van vormen die aan vleugels doen denken. Rechts lijken deze zelfs deel uit te maken van elegante kraanvogels die bezig zijn zich los te maken uit de poort. De vleugels hebben echter tegelijkertijd iets agressiefs, omdat ze zo scherp zijn als zeisbladen. De rode aksenten krijgen hierdoor al snel de betekenis van bloed, al blijft een asso­ciatie met vuur eveneens mogelijk, vanwege de witte vlammen links. Waar er rechts een sterke beweging naar buiten is waar te nemen, wordt deze beneden omgezet in beweging naar binnen toe. Het is alsof de kracht van de vogels tekort schiet, zodat zij naar het midden worden gezogen. Hier is het overwegend zwart, met in het midden een vrije ruimte waarin weer rood verschijnt. Dit kan men als vuur, eventueel als zon interpreteren.

Tjacolien Wiersma maakt sinds 1988 grote tekeningen en coll ages. Voor die tijd hield zij zich vooral met het maken van objecten in keramiek en geoxideerd metaal bezig. Vanaf het begin heeft haar werk een monumentaal karakter gehad, ook al had het in werkelijkheid vaak een bescheiden formaat. Deze objecten kwamen door een bewust gebruik van symmetrie, een sterke frontaliteit en aan architectuur ontleende ornamenten over als schaalmodellen van immense sacrale bouwsels.

Tjacolien Wiersma betitelde ze meestal als graven, tempels of sarcofagen en ze ademen een sfeer A van introverts bezin­ ning op de dood. De schoonheid van het verweerde materiaal en de sierlijke vormen lijkt daarbij echter eveneens onderwerp te zijn.

Deze misschien enigszins macabere schoonheid komt terug in de "Hemel- of hellepoort", zij het dan dat deze hier een veel dynamischer karakter krijgt, hetgeen is voortgevloeid uit Tjacolien Wiersma's belangstelling voor de Barok. In "Hemel- of hellepoort" kunnen elegante vleugels omslaan in agressieve messen en wat zich als zon en nevelslierten voordoet kan ook een alles verslindend vuur blijken te zijn. De verschillende lezingen van de vormen gaan door elkaar heenlopen en vor­ men zo een dubbelzinnig geheel. Hiermee brengt Tjacolien Wiersma het wezenlijke ambivalente karakter van iedere poort tot uitdrukking. Een poort scheidt het bekende van het onbe­ kende, is binnen en buiten tegelijk. Erachter kan zowel hemel als hel liggen, maar er gaat hoe dan ook een sterke aantrekkingskracht van uit. Door de plaatsing van haar werk brengt Tjacolien Wiersma deze eigenschappen met de Kamperbinnenpoort in verband. Hierdoor brengt zij een aspect van deze poort naar voren, dat wellicht vergeten was, gezien het feit dat deze al sinds mensenheugenis binnen de stad ligt.