1990
Papier, houtskool, acrylverf
300 x 200 cm.

Binnen de monumentale collage "Pieta" van Tjacolien Wiersma onderscheiden we mensfiguren en lichaamsdelen die op een expressieve manier met houtskool zijn getekend.

 
     
   

De figuren zijn in een cirkelvormige compositie geplaatst waarbij een richting binnen de figuratie zichtbaar is van rechtsonder naar linksboven, eindigend in de linker benedenhoek, de Aarde. De figuratie in cirkelvorm roept associaties op met een cyclus.

De titel "Pieta" verwijst naar het geknakte, grauwe lichaam van de dode Jezus ( vaak uitgebeeld met een uitgemergelde hoekige borstkas) in de armen van zijn moeder Maria. De dode zoon, liggend over de moederschoot van Maria. Verscheurd door verdriet. In "Pieta" van Tjacolien Wiersma zien we letterlijk verscheurde Harden papier met grof getekende lichaamsdelen, uit elkaar gereten en later samengevoegd.

Losgemaakt en aaneengesloten.

De spits toelopende vormen van benen en armen lijken op vleugels of op agressieve scherpe afweersystemen, insecten op zoek naar houvast.

Een enkele figuur is vertrapt en in de aarde vastgewoeld. Anderen figuren maken zich los van de aardse materie en verkiezen de vrijheid van het luchtledige.

In "Pieta" van Tjacolien Wiersma zien we naast de vertrapte mens, een opstijgen naar het hemelse en onstoffelijke. Dan de terugkeer naar het stof der aarde, de wortels van ons bestaan.

Leven en dood lijken onherroepelijk bij elkaar te horen. De eeuwigdurende cyclus van dood en leven, verscheurd worden, vertrapt zijn maar ook opstaan en opstijgen, waarbij God en Mens weten dat het z6 moet zijn en dat het goed is.